‘Een onbedekte bodem is als een mens zonder huid’

Zo’n veertig Herenboeren en andere geïnteresseerden hingen op woensdagavond 11 oktober aan de lippen van Marc Siepman, bodemkenner en vertaler van het boek ‘Het Bodemvoedselweb’. Marc trakteerde de aanwezigen bij deze thema-avond dan ook op een zeer boeiend verhaal.

Door Sander Boleij
Voorafgaand aan Marcs lezing warmde Herenboer Sietske Smulders de zaal met enkele vragen op. Is ploegen nodig als je gaat planten? Als een plant niet goed groeit, is bemesten dan de oplossing? Moet je schimmels bij planten voorkomen? Over de antwoorden liepen de meningen enigszins uiteen. Hoogste tijd dus om het woord aan Marc over te dragen.

Na een korte aftrap door Sietske Smulders (links) nam Marc Siepman de zaal mee op reis door de betere bodem.

Verwaarlozing van de bodem
Marc opende zijn betoog met de stelling dat de mens in het algemeen slecht omgaat met de bodem. Dit leidt uiteindelijk tot verwoestijning. ‘Elke minuut komt er wereldwijd 23 hectare woestijn bij. En de reden is niet –zoals velen denken – een gebrek aan water. De reden is een gebrek aan beplanting.’

Een gezonde bodem – zo stelde Marc – heeft beplanting nodig. En het liefst meerjarige planten, want deze produceren (via fotosynthese) veel meer biomassa dan eenjarige planten omdat ze eerder in het jaar bladgroen heben. En deze biomassa komt uiteindelijk – bijvoorbeeld via vallend blad – weer in de bodem. Daar zijn de bacteriën in de grond heel blij mee, want zij eten die biomassa. En de grond is op haar beurt blij met de bacteriën, want zij hechten zich aan bodemdeeltjes, net als tandplak aan een tand. Zo ontstaan bodemkruimels waardoor de bodem luchtig en dus gezond wordt.

Vullen of voeden?
Behalve met de bodem, gaat de mens ook slecht om met zijn eigen voeding. De vele eenjarige gewassen die tegenwoordig geteeld worden, bevatten namelijk nog nauwelijks voedingsstoffen. Daardoor zijn eenjarige gewassen volgens Marc niet meer dan ‘slappe hap’. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn we maar liefst 75% van de voedingsstoffen in ons eten kwijtgeraakt. En 90% van onze voeding is momenteel gebaseerd op slechts 17 gewassen. ‘We laten dus minstens 20.000 gewassen links liggen’. Het draait in ons voedselsysteem alleen nog maar om meer, meer, meer. ‘De voedingsindustrie is dus vooral bezig mensen te vullen, maar niet te voeden’.

Onze eenzijdige focus op eenjarige gewassen is ook risicovol. Steeds vaker merken boeren dat hun oogst mislukt, mede als gevolg van de klimaatverandering (te droog of te nat). Meerjarige planten hebben daar veel minder last van. Beiden werken nauw samen met schimmels maar bij eenjarige teelten raken die beschadigd, als gevolg van bodembewerking.

Deze samenwerking – symbiose – zorgt er voor dat meerjarigen hun voedsel – via vele ondergrondse verbindingen – uit de wijde omtrek kunnen betrekken. Ze zijn dus veel minder afhankelijk van de ‘lokale’ omstandigheden.

En Herenboeren Wilhelminapark?
Op de vraag of Herenboeren heel Nederland zou kunnen voeden antwoordt Marc positief. ‘Er is ruimte genoeg voor dergelijke kleinschalige duurzame boerderijen. Zeker als we in Nederland wat minder veevoer zouden verbouwen.’

Marc legt uit dat 70% van onze landbouwgronden momenteel is ingezaaid met eenjarig en eentonig veevoer, door hem ‘groen asfalt’ genoemd. ‘En dat is dus enkel en alleen om de 550 miljoen Nederlandse dieren – waarvan maar liefst 400 miljoen kippen – te voeden. Onvoorstelbaar.’

In dat licht vindt Marc Herenboeren een heel mooie stap in de goede richting. ‘Een goed tegengeluid, gebaseerd op de juiste uitgangspunten.’ Hij heeft eerder die middag een wandeling over het Wilhelminapark gemaakt en daarbij tientallen eetbare onkruiden geteld. ‘Daar zouden de Herenboeren ook wat mee kunnen. Want wat is onkruid? Een plant waarvan je enkel de functie nog niet hebt ontdekt.’

Levendige discussie
Aan de hand van talloze vragen uit de zaal volgt er tot slot een levendige discussie. Over de negatieve effecten van te kort en te vaak gemaaid gras. Over het grote nut van mollen en wormen. En over de zin van een bedekte bodem. Marc: ‘Een onbedekte bodem is als een mens zonder huid.’

Na een donderend applaus werd er nog lang nageborreld. Want er was genoeg te bespreken met elkaar.